Hoewel vrouwen in de huidige tech-industrie vaak ondervertegenwoordigd zijn, vertelt het ontstaan van de computer een heel ander verhaal. Vrouwen waren niet alleen aanwezig — ze waren doorslaggevend.
Ada Lovelace schreef in de 19e eeuw wat algemeen wordt beschouwd als het eerste computeralgoritme. Haar werk liep een eeuw vooruit op ideeën over machine learning, nog voordat er überhaupt computers bestonden.

Grace Hopper, een pionierend marine-officier in de VS, ontwikkelde vroege programmeertalen en speelde een sleutelrol bij het standaardiseren van computercode.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten duizenden vrouwen als menselijke “computers” door ingewikkelde wiskundige problemen met de hand op te lossen. De vrouwen die de ENIAC programmeerden, een van de eerste computers voor algemeen gebruik, legden de basis voor het moderne coderen.

En in het globale Zuiden leverde de wiskundige Gladys West baanbrekende bijdragen aan de ontwikkeling van satellietgeodesie en de wiskunde achter het Global Positioning System (GPS). Afkomstig uit een boerengezin in Virginia en werkend in een tijd van ras- en gendersegregatie, hebben haar nauwkeurige berekeningen van de vorm van de aarde en satellietgegevenstransformaties de moderne navigatiesystemen gevormd waarop we dagelijks vertrouwen. Haar verhaal toont aan dat de fundamentele impact van vrouwen op de informatica altijd wereldwijd is geweest.

Deze vrouwen waren geen uitzonderingen. Ze maakten deel uit van een onzichtbare beroepsbevolking — totdat een verandering in culturele en economische waarden, vooral in de jaren 80 en 90, informatica omvormde tot een “mannelijk” domein. Marketingcampagnes voor vroege homecomputers richtten zich op jongens. Universitaire curricula werden exclusiever en door mannen gedomineerd. De bijdragen van vrouwen werden steeds vaker negeerd of vergeten.
Deze gendergekleurde herschrijving van de computergeschiedenis beïnvloedt nog steeds de realiteit van vandaag. Meisjes worden vaak gesocialiseerd met het idee dat tech “niets voor hen is”. In klaslokalen, codeerclubs en gaming-communities krijgen velen te maken met subtiele en expliciete uitsluiting. Zelfs als vrouwen de sector binnenkomen, ervaren ze vaak vijandige werkomgevingen, loonkloven, promotieplafonds en een gebrek aan mentorschap en vertegenwoordiging.
Toch blijven vrouwen de tech-wereld hervormen — vaak op manieren die prioriteit geven aan ethiek, inclusie en maatschappelijk nut. Enkele voorbeelden:
- Timnit Gebru, een vooraanstaand AI-ethiekonderzoeker, schreef mee aan fundamenteel werk over algoritmische voordelen en richtte het netwerk Black in AI op.
- Joy Buolamwini richtte de Algorithmic Justice League op, waarmee ze vooringenomenheid in gezichtsherkenning van systemen van IBM en Microsoft aan het licht bracht.
- Feminist Internet, een in het VK gevestigd collectief, combineert ontwerp, activisme en onderzoek om technologieën te bouwen die gelijkheid en rechtvaardigheid bevorderen.
Over de hele wereld creëren door vrouwen geleide tech-initiatieven inclusieve platforms, ontwikkelen ze AI-hulpmiddelen ter ondersteuning van slachtoffers van gendergerelateerd geweld, of begeleiden ze de volgende generatie diverse coders. Van São Paulo tot Nairobi, van Sarajevo tot Bangalore: vrouwen eisen niet alleen hun plek op in de tech-wereld — ze herdefiniëren wat technologie kan zijn.
Vertegenwoordiging is niet alleen symbolisch. Wanneer meisjes en jonge vrouwen zien dat vrouwen coderen, leiden, vragen stellen en innoveren, beginnen ze zichzelf in die rollen te zien. Ze worden gesterkt om stereotiepen te doorbreken en hun digitale toekomst in eigen hand te nemen.
Het erkennen en vieren van de bijdragen van vrouwen aan AI is niet alleen een kwestie van historische rechtvaardigheid. Het gaat om het herdefiniëren van macht, kennis en creativiteit in het meest invloedrijke domein van de 21e eeuw.